Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Server virtualization’

Wat server-virtualisatie betreft is een “virtualiseren tenzij” strategie gangbaar geworden. Met andere woorden, je moet goede argumenten hebben om een server niet te virtualiseren. Zulke goede argumenten waren vaak aanwezig voor minstens twee type servers: (1) domain controllers (DC’s) met daarop de Active Directory services en (2) backup servers.

Wat DC’s betreft werd er vaak voor gekozen om tenminste één DC niet te virtualiseren. Als echter de nieuwe features in Windows Server 2012 op de juiste manier worden gebruikt is dat eigenlijk niet langer nodig.

De belangrijkste reden om tenminste één DC niet te virtualiseren had te maken met de wijze waarop meerdere DC’s bijhouden welke wijzigingen wel of niet doorgegeven moeten worden naar andere DC’s. Deze zogenoemde Update Sequence Number (USN) methode kon je om zeep helpen in een virtuele omgeving, omdat het erg eenvoudig is om een DC terug te zetten in de tijd: denk aan een snapshot die je terug zet of aan een disaster recovery omgeving. Tijdsynchronisatie is sowieso van elementair belang om meerdere DC’s goed te laten functioneren.

Voor USN heeft Microsoft in Windows Server 2012 64-bits een nieuwe teller toegevoegd, genaamd VM-Generation ID. Als de hypervisor daar op de juiste wijze gebruik van maakt – en vSphere 5.0 update 2 of nieuwer doet dat bijvoorbeeld – dan blijven meerdere DC’s goed werken, zelfs als er één teruggezet wordt in de tijd.

Alles is in detail na te lezen in een white paper van VMware. Een citaat uit de conclusie daarvan:

Active Directory is the core directory and authentication source for many organizations. Although some virtualization of Active Directory domain controllers is common, organizations remain cautious about virtualizing 100 percent of their Active Directory infrastructure. With the release of Windows Server 2012, virtual machine snapshots and cloning of virtualized domain controllers is now possible, relatively safe and supported. Complete virtualization of an Active Directory infrastructure is achievable when best practices are followed.

De white paper is hier als PDF van 62 pagina’s te downloaden.

Bron: Eric Sloof

Read Full Post »

Andreas Groth (IBM) heeft een groot aantal features voor server-virtualisatie afgezet tegen vSphere van VMware, Hyper-V van Microsoft en XenServer van Citrix.

Server virtualization comparison

De features zijn onderverdeeld in vier groepen: General (zie boven), Management, Hypervisor en Extensions (Cloud, VDI).

De matrix is hier is haar geheel te zien.

Bron: Virtualization.info

Read Full Post »

Confio is leverancier van database performance tools. Om die te promoten heeft Confio een onderzoek uitgevoerd naar de verschillen tussen de performance van Oracle databases in een fysieke en virtuele omgeving. VMware werd gebruikt als server-virtualisatie laag en Linux als operating systeem voor Oracle.

Oracle physical versus virtual

De conclusies:

The  statistics  gathered  for  the  two  configurations  are  directly  comparable,  and  show  no performance advantage for physical vs. virtual server.

The tests here confirmed that performance need not be an issue preventing a move to VMware.  In this example, the flexibility and management benefits of virtualization have been achieved without any impact on total performance.  Importantly, having the specialized virtualization-aware database tools are essential to monitor and ensure that no performance problems arise.  

Het PDF document van 10 pagina’s is hier na registratie te downloaden.

Bron: VMblog.com

Read Full Post »

In de meest recent Magic Quadrant publicatie met betrekking tot X86 virtualisatie van Gartner is Microsoft opgeschoven naar het kwadrant van de leiders. Novell is helemaal uit het overzicht verdwenen.

Magic Quadrant for X86 virtualization

Gartner noteert de volgende punten van aandacht voor de twee belangrijkste partijen:

Microsoft:

  • Moeilijk om de bestaande klantenkring van VMware binnen te dringen
  • Zware concurrentie van VMware met betrekking tot channel partners en service providers
  • Hypervisor is afhankelijk van een draaiend Windows systeem (beetje flauw punt)

VMware:

  • Moeilijk om groei te bestendigen, omdat marktpenetratie al > 50% is
  • Moeilijk om nummer één te blijven in het lagere marktsegment (vooral ten gevolge van Microsoft)
  • Is afhankelijk van expansie in aanliggende marktsegmenten

Eigenlijk dus bijna allemaal punten die een logisch gevolg zijn van het feit dat VMware de marktleider is en Microsoft de nieuwkomer.

Bron: Microsoft TechNet

Read Full Post »

Een onvermijdelijk gevolg van server-virtualisatie is dat een groot deel van de I/O afhandeling door de CPU’s moet worden uitgevoerd, in plaats van door externe Network Interface Cards (NIC’s) of Host Bus Adaptors (HBA’s). Voor data-verkeer tussen twee virtuele machines die in dezelfde fysieke server draaien is dat deel zelfs 100%.

Dit is altijd al een zorgpuntje geweest. De toename van CPU-kracht – vroeger door een hogere klok-snelheid, tegenwoordig door steeds meer cores en CPU’s – heeft die zorgen aan de ene kant verlicht. Daar staat dan wel tegenover dat je door die toename in kracht ook veel meer virtuele machines in dezelfde server gaat draaien. Hierdoor is de kans op data-verkeer die binnen die server blijft dus ook steeds groter. En omdat dat verkeer voor 100% door de cores / CPU’s afgehandeld moet worden heb je dus veel cores / CPU’s nodig. Lijkt een beetje op een hond die achter zijn eigen staart aan rent…

dog-chasing-tail

VMware heeft daarom een “performance study” gepubliceerd waarin gemeten is in hoeverre de CPU-power een bottleneck vormt bij dataverkeer, zowel binnen de machine als naar buiten. De resultaten zijn bemoedigend. Zo is het bij de gangbare servermodellen mogelijk om de vier 10 GbE NIC’s die zo’n machine meestal heeft zo goed als volledig te verzadigen vanuit 1 virtuele machine met 4 virtuele CPU’s. En 2 virtuele machines binnen dezelfde machine kunnen op zo’n 27 Gbps hun data onderling uitwisselen.

De performance study is hier als PDF-bestand van 13 pagina’s te downloaden.

Met dank aan Duncan Epping

Read Full Post »

InfoWorld heeft de vier belangrijkste server-virtualisatie platforms vergeleken en komt tot de conclusie dat VMware nog steeds als eerste eindigt.

Virtualization test results

Het hele verslag, inclusief een beschrijving van de vier oplossingen, is uitgebreid op InfoWorld beschreven.

Read Full Post »

EMC heeft haar interne “journey to the cloud” in een white paper beschreven, waarbij met name de Oracle omgeving van Sun Sparc naar Intel x86 is omgezet. Uiteraard – als moeder van VMware – is deze daarna direct gevirualiseerd. Dit ondanks het feit dat dat door Oracle nu niet bepaald gestimuleerd wordt overigens. De claims van EMC: 20 keer sneller en $5 miljoen bespaard…

Big endian to little endian

De white paper is hier als PDF bestand van 33 pagina’s te downloaden.

Bron: Virtual Geek

Read Full Post »

Het National Institute of Standards and Technology (NIST) heeft de definitieve versie van haar veiligheidsrichtlijnen voor server-virtualisatie gepubliceerd. Alhoewel het voor velen hier en daar als het intrappen van een open deur kan overkomen, is het toch wel een aardige introductie van verschillende virtualisatie-concepten en de bijbehorende risico’s.

 

NIST security

 

De aanbevelingen in een notendop:

  • secure all elements of a full virtualization solution and maintain their security;
  • restrict and protect administrator access to the virtualization solution;
  • ensure that the hypervisor, the central program that runs the virtual environment, is properly secured; and
  • carefully plan the security for a full virtualization solution before installing, configuring and deploying it.

Het PDF-document van 35 pagina’s is hier te downloaden.

Bron: David Marshall

Read Full Post »

Vanaf vSphere 4.1 ondersteunt VMware een load-balancing functie bovenop NIC teaming om de belasting over meerdere netwerkpoorten zo goed mogelijk te verdelen. Deze Load-based Teaming (LBT) functie reageert op het daadwerkelijke verkeer op de NIC’s en houdt ook rekening met het eventuele verschil in snelheid van de verschillende NIC’s.

Load-based Teaming

Om het effect te demonstreren heeft VMware een test uitgevoerd en gepubliceerd. Hun conclusie:

Load-based teaming (LBT) is a dynamic and traffic-load-aware teaming policy that can ensure physical NIC capacity in a NIC team is optimized.  In combination with VMware Network IO Control (NetIOC), LBT offers a powerful solution that will make your vSphere deployment even more suitable for your I/O-consolidated datacenter.

Zie VMware’s VROOM! Blog voor meer.

Read Full Post »

De recente introductie van “memory compression” in VMware vSphere 4.1 voegt opnieuw een conversie-laag toe aan het geheugen voor virtuele machines. Vroeger – toen alles nog simpel was en ook VMware nog niet bestond  – had je “fysiek geheugen” en “virtueel geheugen”. Operating systemen zorgden er voor dat applicaties een groot aaneensluitend stuk geheugen te zien kregen, terwijl dit zich in werkelijkheid verspreid in het fysieke geheugen – en zelfs op de harde schijf – bevond.

De introductie van hypervisors voegde een extra laag toe aan dit concept. Het operating systeem was niet langer verantwoordelijk voor het toekennen van fysiek geheugen aan applicaties. Deze rol werd overgenomen door de hypervisor die geheugen toekende aan operating systemen (en die op hun beurt weer aan applicaties).

Virtual memory

Deze extra laag zorgde uiteraard voor wat performance verlies. Dit werd weer gecompenseerd met technieken als transparent page sharing, ballooning en hypervisor swapping. VMware heeft nu met vSphere 4.1 aan dat rijtje memory compression toegevoegd. Om alles in de juiste context te kunnen blijven plaatsen heeft het bedrijf een uiterst leerzame white paper gepubliceerd. Daarin wordt geheugen – overigens al sinds de introductie van hypervisors – onderverdeeld in drie soorten:

  • Host physical memory: dit is het fysieke geheugen van de hardware zoals het zichtbaar is voor de hypervisor.
  • Guest physical memory: dit is het geheugen zoals het zichtbaar is voor de guest operating systemen (die op hun beurt denken met fysiek geheugen te maken te hebben).
  • Guest virtual memory: dit is het geheugen zoals het guest operating systeem dit presenteert aan haar applicaties (het “oude” virtuele geheugen dus).

Zoals gezegd is memory compression een nieuwe optimalisatie-techniek in het geheel. De white paper zegt daarover:

The idea of memory compression is very straightforward: if the swapped out pages can be compressed and stored in a compression cache located in the main memory, the next access to the page only causes a page decompression which can be an order of magnitude faster than the disk access. With memory compression, only a few uncompressible pages need to be swapped out if the compression cache is not full. This means the number of future synchronous swap-in operations will be reduced. Hence, it may improve application
performance significantly when the host is in heavy memory pressure.

Toegegeven, alhoewel “very straightforward” is dit geen gemakkelijke kost zo op het eerste gezicht. Wie echt het naadje van de kous wil weten zal dus toch de white paper (25 pagina’s) moeten downloaden!

Read Full Post »

Older Posts »