Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘Server virtualization’ Category

De komst van Docker versie 1.0 heeft opnieuw de aandacht gevestigd op de zogenoemde container technologie, als lichtgewicht alternatief voor hypervisors. In feite gaat het dan om het verschil tussen “operating systeem virtualisatie” (zoals Docker) en “hardware virtualisatie” (zoals VMware, Hyper-V en XenServer).

Hypervisor vs container

Zolang je in een homogene wereld leeft (bijvoorbeeld alle applicaties draaien sowieso op een Linux operating systeem variant) dan heeft de container oplossing best voordelen: minder overhead en kleinere – en daardoor meer portable – workloads.

Wil je verschillende oparating systemen op dezelfde hardware draaien, dan blijft conceptueel gezien hardware virtualisatie nog steeds de enige oplossing.

Read Full Post »

Zerto Virtual Replication (ZVR) is een Disaster Recovery oplossing voor gevirtualiseerde data centers. Wat ZVR met name onderscheidt van andere oplossingen is de integratie met de hypervisor. Daardoor kunnen write operations in het primaire data center realtime worden gekopieerd naar een uitwijkinrichting. Dit resulteert in extreem korte Recovery Point Objectives. Door de aanwezigheid van virtuele machines in de uitwijk en de bijbehorende functionaliteit van ZVR zijn tevens zeer korte Recovery Time Objectives realiseerbaar.

Zerto Offsite backup

Met de nieuwste versie 3.5 wordt ZVR onder andere uitgebreid met “offsite back-up”.  Dit houdt in dat de back-up operaties in de uitwijk plaatsvinden in plaats van in het primaire data center. Dit levert niet alleen performance winst in het primaire data center op, maar zorgt bovendien voor offsite opslag van de back-up zelf. Dit kan op de uitwijk zijn, of op een derde locatie waar ZVR naar toe schrijft.

De integratie van DR en back-up houdt ook in dat de basiseenheid van back-up die van de zogenoemde Virtual Protection Group (VPG) is. Een VPG is een verzameling virtuele machines die consistent ten opzichte van elkaar moeten blijven, denk bijvoorbeeld aan twee applicatieservers die behalve lokale dataopslag ook een derde databaseserver gebruiken.

Zerto waarschuwt er wel voor dat de functionaliteit niet op alle vlakken een volledige back-up oplossing kan vervangen, laat staan een archiveringsoplossing. Zo kunnen bijvoorbeeld niet losse bestanden worden teruggezet en is er geen andere opslag dan die op harde schijven (direct attatched, via NAS/SAN of op afstand via WAN).

Read Full Post »

De nieuwe “VMware vCloud Hybrid Serice – Disaster Recovery” biedt Disaster Recovery als onderdeel van VMware’s eigen cloud oplossing. Op basis van self service kun je de Recovery Point Objective instellen tussen 15 minuten en 24 uur; als Recovery Time Objective wordt 4 uur of minder geboden.

 

DRaaS

Je kunt tot maximaal 500 virtuele machines beschermen. Vreemd genoeg wordt er in de oplossing niet gebruik gemaakt van VMware’s on-premises oplossing voor Disaster Recovery: de Site Recovery Manager.

Je rekent de dienst af op basis van de geabonneerde rekenkracht, de hoeveelheid storage en de benodigde IP-adressen. Inbegrepen is de mogelijkheid om per jaar twee keer te testen, gedurende maximaal 7 dagen per keer. Bij een daadwerkelijke ramp kun je zonder extra kosten 30 dagen op de DR omgeving draaien. Het is echter geen Managed Service, dus alles is in principe op basis van self service, dan wel via een VMware partner uiteraard.

Lees hier het persbericht van vandaag.

Read Full Post »

Wat server-virtualisatie betreft is een “virtualiseren tenzij” strategie gangbaar geworden. Met andere woorden, je moet goede argumenten hebben om een server niet te virtualiseren. Zulke goede argumenten waren vaak aanwezig voor minstens twee type servers: (1) domain controllers (DC’s) met daarop de Active Directory services en (2) backup servers.

Wat DC’s betreft werd er vaak voor gekozen om tenminste één DC niet te virtualiseren. Als echter de nieuwe features in Windows Server 2012 op de juiste manier worden gebruikt is dat eigenlijk niet langer nodig.

De belangrijkste reden om tenminste één DC niet te virtualiseren had te maken met de wijze waarop meerdere DC’s bijhouden welke wijzigingen wel of niet doorgegeven moeten worden naar andere DC’s. Deze zogenoemde Update Sequence Number (USN) methode kon je om zeep helpen in een virtuele omgeving, omdat het erg eenvoudig is om een DC terug te zetten in de tijd: denk aan een snapshot die je terug zet of aan een disaster recovery omgeving. Tijdsynchronisatie is sowieso van elementair belang om meerdere DC’s goed te laten functioneren.

Voor USN heeft Microsoft in Windows Server 2012 64-bits een nieuwe teller toegevoegd, genaamd VM-Generation ID. Als de hypervisor daar op de juiste wijze gebruik van maakt – en vSphere 5.0 update 2 of nieuwer doet dat bijvoorbeeld – dan blijven meerdere DC’s goed werken, zelfs als er één teruggezet wordt in de tijd.

Alles is in detail na te lezen in een white paper van VMware. Een citaat uit de conclusie daarvan:

Active Directory is the core directory and authentication source for many organizations. Although some virtualization of Active Directory domain controllers is common, organizations remain cautious about virtualizing 100 percent of their Active Directory infrastructure. With the release of Windows Server 2012, virtual machine snapshots and cloning of virtualized domain controllers is now possible, relatively safe and supported. Complete virtualization of an Active Directory infrastructure is achievable when best practices are followed.

De white paper is hier als PDF van 62 pagina’s te downloaden.

Bron: Eric Sloof

Read Full Post »

Er is een duidelijke trend waarneembaar in zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve marktgegevens: storage arrays zoals wij dit nu kennen zijn op hun retour.

Want kwantiteit betreft: ondanks de groei in de verkoop van disk drives (zowel HDD als flash) is er een daling in de verkoop van storage arrays. IT Candor heeft de cijfers op een rij gezet over de periode 2000 tot en met 2013 en het begin van de kredietcrisis in 2008 geeft daarbij een duidelijk omslagpunt aan.

Storage arrays IT Candor

IT Candor noemt als oorzaak dat de groei van big data voornamelijk ongestructureerde data betreft (en dat klopt, databases met gestructureerde data zijn meestal niet zo groot) en dat klanten blijkbaar geen behoefte (meer?) hebben om ongestructureerde data op storage arrays te plaatsen.

Er is echter een tweede trend gaande en die betreft die van de hyperconverged server / storage oplossingen. Deze oplossingen zijn specifiek bedoeld voor virtuele server omgevingen – en wie heeft die tegenwoordig niet? Kenmerkend is dat de shared storage van de storage arrays (zowel block-oriented SAN als NAS) vervangen worden door direct attached storage (DAS) in de servers zelf. De hyperconvergence software zorgt er dan voor dat de pool van DAS schijven zich naar de servers toe gedraagt als een hoog beschikbaar shared storage systeem. Eén van de voordelen ervan is de – in theorie – lineaire schaalbaarheid van zowel CPU-power, RAM memory, TB opslag, als IOPS. Ook haal je er de potentiele bottleneck mee weg die bij een storage arrays in het Storage Area Netwerk kan ontstaan.

Scott Lowe heeft in december vorig jaar op Wikibon nog een goed overzicht geschreven van zulke hyperconverged oplossingen. Hij behandelt daarin met name VMware’s VSAN product en oplossingen van Scale Computing, Nutanix en SimpliVity.

Als je naar de funding kijkt zou Nutanix overigens wel eens de snelste groei kunnen gaan doormaken.

Read Full Post »

Een opmerkelijke uitkomst uit een recent virtualisatie-onderzoek bij bedrijven met 50 tot 500 werknemers: middle managers laten zich aanzienlijk terughoudender uit over de voordelen van virtualisatie dan het top-management. Het onderzoek is in september 2013 uitgevoerd door de Blackstone Group in opdracht van een groep van Cisco partners. Daarbij kwamen alle vormen van virtualisatie aan de orde, dus niet alleen servervirtualisatie.

De Blackstone Group verklaart het verschil uit het feit dat veel van de kostenvoordelen die virtualisatie meebrengen ten koste gaan van de banen van het middle management.

Virtualization impact

Zo geeft 75% van het top-management aan dat virtualisatie organisatorische veranderingen tot gevolg heeft, terwijl slechts 25% van het middle management hetzelfde zegt.

Met een andere kijk op dezelfde cijfers zou je ook kunnen stellen dat het top-management zich wat meer laat leiden door hypes en dat het middle-management een en ander wat realistischer kan inschatten.

Zo blijkt maar weer: “meten is inderdaad weten”, maar de interpretatie van de meetresultaten hebben toch wel vaak weer een subjectief aspect.

Het hele onderzoek is bij hier na e-mail registratie als PDF document van 10 pagina’s te downloaden.

Read Full Post »

Tegile heeft een “Dummies” eBook gesponsord zoals uitgegeven door Wiley Publishing. Na een uitleg van de storage problematiek bij zowel server- als desktop-virtualisatie worden de verschillende flash geheugen alternatieven besproken, om uiteindelijk bij de hybride storage arrays uit te komen. Geen wonder overigens, want dat is het vlaggeschip product van Tegile.

Flash Storage for Virtualization

Het eBook is na registratie te downloaden op de site van Tegile.

Read Full Post »

Er is al veel gezegd en geschreven over de nieuwe versie van vSphere. VMware heeft alle uitbreidingen nu in een white paper beschreven, waarvan alleen al de inhoudsopgave een mooi overzicht geeft:

  • vSphere ESXi Hypervisor Enhancements
  • Hot-Pluggable PCIe SSD Devices
  • Support for Reliable Memory Technology
  • Enhancements to CPU C-States
  • Virtual Machine Enhancements
    • Virtual Machine Compatibility with VMware ESXi 5.5
    • Expanded vGPU Support
    • Graphic Acceleration for Linux Guests
  • VMware vCenter Server Enhancements
    • vCenter Single Sign-On
    • vSphere Web Client
    • vSphere App HA
    • Architecture Overview
    • vSphere App HA Policies
    • Enabling Protection for an Application Service
    • vSphere HA and vSphere Distributed Resource Scheduler
    • Virtual Machine–Virtual Machine Affinity Rules
    • vSphere Big Data Extensions
  • vSphere Storage Enhancements
    • Support for 62TB VMDK
    • MSCS Updates
    • 16GB E2E Support
    • PDL AutoRemove
    • vSphere Replication Interoperability
    • vSphere Replication Multi-Point-in-Time (MPIT) Snapshot Retention
    • Additional vSphere 5.5 Storage Feature Enhancements
  • vSphere Networking Enhancements
    • Link Aggregation Control Protocol (LACP) Enhancements
    • Traffic Filtering
    • Quality of Service Tagging
    • SR-IOV Enhancements
    • Enhanced Host-Level Packet Capture

    De white paper is hier als PDF van 22 pagina’s te downloaden.

    Read Full Post »

    De overhead van server virtualisatie is zo vergaand geoptimaliseerd dat je al lang VOIP applicaties kunt virtualiseren. Voor extreem latency gevoelige applicaties – in de grootte orde van enkele tientallen microseconden – geldt dat tot dusver echter nog niet. Dat is jammer, want je hebt dan naast je virtuele omgeving ook nog steeds een fysiek server park in stand te houden.

    vSphere 5.5 heeft daartoe een nieuwe feature, per VM instelbaar: “Latency Sensitivity”. Deze zorgt ervoor dat je fysieke cores exclusief reserveert voor een virtuele machine. Samen met andere maatregelen, zoals het bypassen van de netwerkvirtualisatie-laag, kun je op deze wijze ook de meest latency gevoelige applicaties binnen de virtualisatie-=omgeving onderbrengen.

    Latency Sensitivity

    De aanbevelingen voor gebruik zijn:

    • Set Latency Sensitivity to High. This requires 100% memory reservation.
    • Consider reserving 100% of the CPU. This guarantees exclusive PCPU access, which in turn helps to reduce VCPU halt/wake-up cost.
    • Consider overprovisioning PCPUs. This reduces the impact of sharing the LLC (last level cache) and also helps to improve the performance of latency-sensitive VMs that use VNICs for network I/O.
    • Consider using a pass-through mechanism such as SR-IOV to bypass the network virtualization layer, if the hardware supports one and virtualization features such as vMotion and FaultTolerance are not needed.
    • Consider using a separate PNIC for latency sensitive VMs to avoid network contention.
    • Consider using NetIOC, if a pass-through mechanism is not used and there is contention for network bandwidth.
    • Consider disabling all power management in both the BIOS and vSphere.

    De white paper waarin deze feature beschreven staat is hier als PDF van 17 pagina’s te downloaden.

    Bron: Eric Sloof

    Read Full Post »

    Nu servervirtualisatie gemeengoed geworden is, komen er steeds meer betaalbare mogelijkheden om Disaster Recovery via de cloud in te richten:

    Een inmiddels volwassen product is Zerto’s DRaaS oplossing, met onder meer de mogelijkheid om onderling afhankelijke groepen van applicaties gezamenlijk consistent te repliceren en herstellen (Zerto Virtual Protection Groups).

    VMware heeft binnen de zojuist aangekondigde vCloud Hybrid Service tegelijkertijd ook bekend gemaakt om in het vierde kwartaal van dit jaar DRaaS aan te gaan bieden. Uiteraard zal daar VMware’s Site Recovery Manager onderliggen. Deze moet echter eerst nog geschikt gemaakt worden voor een multi-tenant omgeving. Dat kan dus best nog wat langer gaan duren.

    Het jonge bedrijf HotLink laat met DR Express zien hoe je DRaaS kunt inrichten vanaf een VMware omgeving in je productie site (al of niet on-premise) naar een Xen omgeving binnen de Amazon cloud.

    HotLink DR Express

    Daarbij wordt dus on-the-fly een conversie gemaakt van VMware’s VMDK naar Amazon’s Machine Instance (AMI) formaat! Het voordeel van deze oplossing is dat het relatief goedkoop is, dat je alleen Amazon S3 storage nodig hebt gedurende de normale productie en schaalbare Amazon EC2 power kunt opstarten bij een calamiteit. De afhankelijkheid van Amazon zal in Europa echter i.h.a. wel als een nadeel worden beschouwd.

    Read Full Post »

    « Newer Posts - Older Posts »